Klooster


LocatieSoestdijkerstraatweg 151
TypeKlooster
Onderdeel van
Bouwperiode1953 - 1953
Opdrachtgever
ArchitectJong, Nic. de, Heymerink
Datum aanwijzing24-6-2008

Inleiding
Het in 1946 gevestigde Klooster `De Stad Gods' van de zusters Augustinessen is gebouwd op het voormalige landgoed Monnikenberg, op de plaats van de in 1900, naar ontwerp van architect J.F. Klinkenberg gebouwde villa Monnikenberg. De voor Hugo L.A. van den Wall Bake gebouwde villa werd in 1918, in opdracht van jhr. Henri Feith, verbouwd door de architect E. Verschuyl. In 1953-1955 volgde een ingrijpende verbouwing en forse uitbreiding van de inmiddels vervallen villa. Deze werd uitgebreid met onder meer een kapel met toren, naar een ontwerp van de Utrechtse architect Nic. Jong. In 1958-'59 werd het gebouw aan de noordwestzijde uitgebreid met een vleugel. De Het gebouw is nog steeds in gebruik bij de zusters Augustinessen van St. Monica van het Convent Maria van Genade.

Omschrijving
Het uit meerdere onderdelen samengestelde kloostergebouw staat met een souterrain en twee bouwlagen onder een met riet gedekte kap, die is samengesteld uit uitkragende schild- en wolfdaken met vorstpannen. De gevels zijn opgetrokken in gepleisterde baksteen, verlevendigd met natuursteen en een plint en gevelpartijen van schoon metselwerk, bestaand uit bakstenen van zeer uiteenlopend formaat in een vrij verband. De gevels bevatten rechtgesloten gevelopeningen, waarvan de meeste zijn voorzien van een roedenverdeling.
De lange voorgevel heeft onder meer een risalerende gevelpartij, waarin de hoofdentree is opgenomen. De entree staat boven een natuurstenen trap, die leidt naar een dubbele deur met decoratief traliewerk voor de deurlichten. De deuren staan onder een geprofileerd kalf en een korfboogvormig bovenlicht, ingevuld met radiaal maaswerk van ijzer. Het onderste deel van de risaliet bestaat uit schoon metselwerk afgedekt met een natuurstenen deklijst. Boven de entree staat een balkon (loggia) met een smalle rondboogopening. Links ervan bevindt zich een tweede balkon met openslaande deuren met boven- en zijlichten. Een tweede risalerende gevelpartij links van de ingangsrisaliet heeft schuine zijden en wordt verlevendigd door met de rest van de gevel contrasterende geveldelen van schoon metselwerk. Een loggia op de verdieping is voorzien van twee ronde zuilen, die een overstek ondersteunen.
Een belangrijk onderdeel van het kloostergebouw is de aan zuidzijde tegen het hoofdgebouw aan staande klokkentoren met een getoogde deur, een iets minder brede bovenste geleding met galmgaten en een concaaf gewelfd tentdak, gedekt met koperen schaliƫn.
Het hoofdgebouw is aan de noordoostzijde middels een terugstaande tussenlid verbonden met een vleugel, dat met twee bouwlagen staat onder een uitkragend, met riet gedekt schilddak.

Waardering
Het klooster is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de ensemblewaarde, alsmede vanwege de gaafheid.
Het kloostergebouw heeft cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling in de kloosterbouw en vanwege de bijzondere functie.
Het kloostergebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp en vanwege de kenmerkende hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering.
Het kloostergebouw heeft ensemblewaarde vanwege de sterke samenhang met de omgeving waarin het staat en vanwege de historische en functionele samenhang met de overige gebouwen en objecten op het kloosterterrein.
Het kloostergebouw is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van het exterieur.

Klik op een foto
voor een vergroting.





ID: GMH1061