Villa


LocatieOude Enghweg 30
TypeVilla
Onderdeel van
Bouwperiode1905 - 1905
Opdrachtgever
ArchitectDijkstra, J.M.
Datum aanwijzing

Inleiding
In 1905, in opdracht van J.C. Lasonder gebouwde villa. De waarschijnlijk door architect J. M. Dijkstra ontworpen villa verrees tegelijkertijd met de eveneens voor Lasonder bestemde, ernaast staande villa met huisnummer 32. De villa werd in 1906 aan de voorzijde uitgebreid met een door B.H. Bakker ontworpen serre. In 1907 bouwde dezelfde architect een garage bij het huis. De villa is gebouwd in een voor de bouwperiode karakteristieke Overgangsstijl, waarmee het in architectuurhistorisch opzicht aansluit op een groot aantal in de nabije omgeving staande panden. De villa is gesitueerd in het villapark Ministerpark, een onderdeel van het Noordwestelijke Villagebied.
De villa heeft een erfscheiding van eenvoudige ijzeren hekken uit de bouwtijd van het pand.

Omschrijving
In grotendeels gepleisterde baksteen, vanuit een onregelmatige plattegrond opgetrokken villa met verdieping onder een met pannen gedekt, afgeknot en uitkragend tentdak met dakkapel. De gevels zijn voorzien van voornamelijk recht gesloten gevelopeningen met roedenverdeling en deels nog de oorspronkelijke gele ruitjes in de bovenramen. Deze bevinden zich onder segmentboogvormige ontlastingsbogen, die oorspronkelijk contrasteerden met de boven zwarte plinten staande witte gevels.
De asymmetrische, op de straat gerichte voorgevel heeft een hoger opgaande en symmetrisch ingedeelde, risalerende rechter gevelpartij onder een ver uitkragend dakdeel. Deze is vijfzijdig en centraal op de eerste verdieping voorzien van een met persiennes behangen venster. De overhoekse geveldelen zijn eveneens voorzien van een venster. De lage tweede verdieping bevat eveneens een venster in de voorzijde en een in de beide schuine zijden. Het linker deel van de gevel wordt gedomineerd door een rechthoekige serre met openslaande deuren, licht hellende dakschilden rondom het platte centrale dakdeel en bovenramen met roedenverdeling en geel glas. Het platte deel van het serredak is voorzien van een houten balustrade. Op het plat komen openslaande deuren uit.
De linker (noordelijke) zijgevel is per bouwlaag voorzien van twee onderling vergelijkbare vensters.
Aan de achterzijde bevindt zich een lage aanbouw onder plat dak.
De rechter (zuidelijke) zijgevel heeft een risalerende puntgevel onder zadeldak. Deze staat rechts van een gevelpartij met openslaande deuren op de begane grond en een venster met persiennes op de verdieping. De overluifelde entree met originele deur en daarboven een venster met persienne bevinden zich in de naar de straat gekeerde zijde van de risaliet. In de topgevel van de risaliet staan drie gevelopeningen boven elkaar.

Waardering
Het pand is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de ensemblewaarde, alsmede vanwege de gaafheid.
Het pand heeft cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van een ontwikkeling in de bouw van woonhuizen voor de gegoede burgerij.
Het pand is van architectuurhistorisch belang vanwege de voor de bouwtijd kenmerkende hoofdvorm, detaillering en materiaalgebruik.
Het pand heeft ensemblewaarde vanwege de sterke samenhang met de omringende bebouwing en als onderdeel van het Noordwestelijke Villagebied, waarmee het een bijzondere historisch-ruimtelijke relatie heeft.
Het pand is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur.

Klik op een foto
voor een vergroting.



ID: GMH0464