Fabriek Zuivelfabriek


LocatieLarenseweg 34
TypeFabriek Zuivelfabriek
Onderdeel van
Bouwperiode1954 - 1956
Opdrachtgever
ArchitectBreebaart, Martens en Kramer
Datum aanwijzing

Inleiding
Het in 1954-1957 verrezen fabriekspand is gebouwd in opdracht van de Verenigde Gooise Melkbedrijven. De fabriek werd officiƫel in bedrijf gesteld door Prins Bernard op 21 november 1957. De uit een kantoor- en bedrijfsgedeelten met werkplaatsen, laboratoria, emballageruimte, botercel etc. samengestelde zuivelfabriek van Campina Melkunie is, evenals de bij het gebouw staande koelgebouwtje en de garage, gebouwd in een voor de bouwtijd, karakteristieke, functionalistische Wederopbouwstijl. Ze zijn gebouwd naar ontwerp van de architecten Breebaart, Martens en Kramer van Technisch Bureau Martens en Kramer te Oosterhout. De uitvoering van de bouw was in handen van Sprangers Bouw- en Betonbedrijf N.V. uit Breda.
Op het achterterrein van de fabriek staan behalve een ingekorte schoorsteenpijp, het reeds genoemde garagebouw en het koelhuis voor de vervaardiging van ijsstaven, die alle dateren uit de stichtingstijd van het complex. Als gevolg van aantastingen zijn deze onderdelen, met uitzondering van de schoorsteenpijp, van ondergeschikt belang en niet in de bescherming opgenomen. Een oude, in baksteen opgetrokken schuur maakt geen wezenlijk deel uit van de melkfabriek en is tevens van ondergeschikt belang en is niet in de bescherming opgenomen.

Omschrijving
Het centrale volume van het fabriekscomplex is opgetrokken in beton, baksteen, glas en staal vanuit een vrijwel rechthoekige plattegrond. De samenstellende, rechthoekige bouwdelen hebben een betonnen skelet, dat bepalend is voor het aanzien van het gebouw. De skeletten zijn aan de buitenkant deels ingevuld met baksteen en voor het overige met meer transparante gevelpartijen. Deze bestaan voornamelijk uit rechthoekige venster met betonnen ramen met een roedenverdeling. Enkele gevelpartijen zijn ingevuld met stalen ramen.
De hoogte van de samenstellende onderdelen van het gebouw varieert. Het kantoorgedeelte is het hoogst en is voorzien van vier bouwlagen onder een plat dak. De lage, grotendeels ongedeelde verwerkings- en productieruimtes in de bedrijfsgedeelten staan onder vier lange schaaldaken, die worden gedragen door een constructie van gekoppelde boogspanten. Het betreft vier lange schaaldaken in de vorm van tonschalen, die zijn voorzien van in de langsrichting lopende noklantaarns met ventilatievoorziening. De schaaldaken rusten op hoge, ronde kolommen die in hoge, ongedeelde ruimtes staan. De bedrijfshallen staan boven ruimtes, die grotendeels beneden het maaiveld liggen. De vloeren van de bedrijfshallen worden in deze ruimtes gedragen door kolommen met verbrede koppen (paddestoelkolommen).
De op de straat gerichte zijde van het gebouw verspringt en heeft een duidelijke vierdeling. De linker gevelpartij behoort bij het kantoorgedeelte. De tweede en de derde verdieping van zowel de voorgevel als de linker zijgevel staan hier in overstand ten opzichte van de onderste bouwlagen, waarin de hoofdentree is opgenomen. De voorzijde van het kantoor heeft een open, transparant karakter, de zijgevels zijn daarentegen gesloten. Rechts van het kantoor bevindt zich een terug staande gevelpartij met een zwevende gang (loopbrug), die het kantoorgedeelte verbindt met het bedrijfsgedeelte. Deze heeft een de straatzijde een lange gevel met rechts een uitbouw en een vliesgevel, waarin toegangsdeuren zijn opgenomen en waarachter een trappenhuis zichtbaar is. Geheel rechts staat een risalerend bouwdeel, dat deel uitmaakt van een zijvleugel. Aan de straatzijde gaat het om een rechthoekig volume, dat rust op een viertal kolommen. De uit betonnen platen opgetrokken gevel boven de open ruimte met deze dragende kolommen is blind.
De linker zijde van het hoofdvolume laat drie van de vier kopse zijden van de schaaldaken zien. De gevelpartijen onder de dakbogen zijn gesloten en staan in overstaand ten opzichte van de brede vensters hieronder.
Het centrale deel van de achtergevel is hoger opgaand. Tegen dit deel van de gevel is een laad- en losperron aangebracht, waar oorspronkelijk de afgifte van goederen plaats vond. De doorrit vanaf de straat naar de achterzijde van de fabriek is dichtgemetseld. Op het achterterrein staan nog het restant van de schoorsteen, een garage en een koelhuis, die alle drie vrij staan ten opzichte van elkaar en het hoofdgebouw. De schoorsteen heeft niet meer de oorspronkelijke hoogte. De brede, tegenwoordig voor de opslag van chemicaliƫn en als opslagplaats in gebruik zijnde garage wordt onder meer gekenmerkt door een risalerende middenpartij. De voorgevel van het koelgebouw, met geheel rechts een kantoorruimte en toiletten, is voor een deel gewijzigd. Dit koelgebouw werd oorspronkelijk gebruikt voor het maken van ijsstaven, die nodig waren voor de koeling van zuivelproducten.

Het gebouw is ook inwendig in vrijwel oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De grote bedrijfsruimtes met de grote oplos- en opslagtanks en de apparatuur voor de standaardisatie, ontroming en pasteurisatie van de melk en melkproducten zijn intact gebleven, evenals een groot aantal kleinere ruimtes en de directiekamer. De ontvangsthal met de bezoekersbalie op de bel etage achter de hoofdentree van het kantoorgedeelte is voorzien van een grote wandschildering van de hand van de kunstenaar Flip Hamers. Naast de directiekamer is een hoog glas-in-loodraam aangebracht. Deze is in 1957 vervaardigd naar een ontwerp van Johan en Femina Schilt-Geesink. De directiekamer bevat de oorspronkelijke houten lambrisering, dubbele deur en vloer. In het kantoorgedeelte is gebruik gemaakt van natuursteen voor de trappen, de bordessen en de vloeren en van smeedijzer voor de leuningen van de trappen en de trapgaten. De grote bedrijfshallen zijn voorzien van galerijen, die een omloop rond de hoge ruimtes mogelijk maken. De betegeling van de vloeren en de stalen galerijbalustrades zijn ook hier nog in de oorspronkelijke staat aanwezig. Regelkamers en laboratoriumruimtes bevinden zich aan de galerijen. De meeste deuren in het bedrijf zijn ook de originele deuren van staal en glas.

Waardering
Het fabrieksgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de ensemblewaarde, alsmede vanwege de gaafheid.
Het fabrieksgebouw heeft cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling in de bouw van fabrieksgebouwen in de wederopbouwperiode.
Het fabrieksgebouw is van architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteit van het ontwerp, vanwege de voor de bouwtijd kenmerkende hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering en vanwege de aanwezigheid van de voor de bouwtijd zo karakteristieke betonconstructies.
Het fabriekscomplex heeft ensemblewaarde als een bijzonder, beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan de Larenseweg.
Het fabrieksgebouw is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van zowel het exterieur als het interieur.

Klik op een foto
voor een vergroting.











ID: GMH0931