Bunker Wachtershuisje


LocatieCatharina van Renneslaan 5
TypeBunker Wachtershuisje
Onderdeel van
Bouwperiode1943 - 1944
Opdrachtgever
Architect
Datum aanwijzing

Inleiding
De bunker met de naoorlogse opbouw en de entreepartij met de hekken en het plantonhuisje vormen een merkwaardig en wezensvreemd geheel tussen de laat 19e en 20e-eeuwse villabebouwing in het Kannesheuvelpark en het aangrenzende Nimrodpark.
De achter de toenmalige villa Wisseloord aan de 's Gravelandseweg*(1) voor en door de Duitse Wehrmacht gebouwde bunker is van een type dat geen naam heeft, omdat het een bijzonder, eenmalig uitgevoerd ontwerp betrof. Dit Wisseloordcomplex was bestemd voor de Duitse verbindingsdienst, die van hieruit de telefoon- en telexverbindingen voor de staf van de Duitse Wehrmacht verzorgde. Toen deze 'Führungsvermittlung' in 1943 (of 1944) verrees en aan de Rossinilaan/Doodweg in het Kannesheuvelpark ook de Duitse commandobunker, de Rossini- of Blaskowitzbunker werd gebouwd, werd een groot deel van het villapark ontruimd en tot 'Sperrgebiet' verklaard.
De centrale verbindingsbunker, met de radio-, telex- en telefooncentrale van de 'Nachrichtendienst' van de 'Zitadelle Hilversum' aan de Catharina van Renneslaan is een zogenaamde dunwandige*(2) bunker. Deze is evenals de Blaskowitzbunker, van waaruit deze communicatiebunker werd aangestuurd, waarschijnlijk opgetrokken in beton met bewapeningsstaal dat afkomstig is van afbraakmateriaal uit gebombardeerde Rotterdamse gebouwen en van spoorstaven van de Gooische Tram. Het hout voor de bekisting kwam uit Den Haag.
Op de verbindingsbunker verrees een op een landhuis gelijkende opbouw met daktuin. Deze dienden ter camouflage van de bunker, maar ook de manschappen voor de bediening van de radio-, telex- en telefoonapparatuur werden er in ondergebracht.
In 1953 werd de voormalige verbindingsbunker in gebruik genomen door de Centrale Militaire Verkeersleiding (CMV) van de Koninklijke Luchtmacht. In hetzelfde jaar werd aan de westzijde van de bunker een laag volume toegevoegd, dat in 1957 aan de noordzijde werd vergroot. Dit volume bevatte een werkruimte voor de PTT met een telefoon- en telexcentrale en apparatuur van de verkeersleiding van de Koninklijke Luchtmacht. De aanbouw was dus onderdeel van de militaire functie die ook de bunker en de opbouw hadden bij de luchtmacht, die deze plek gebruikte voor verbindings- en inlichtingenwerk. De luchtmacht verliet het complex in 1992. De momenteel als kunstenaarsateliers in gebruik zijnde bunker met opbouw en aanbouw, alsmede de in 1952-1953 geplaatste toegangshekken met plantonhuisje staan in het villapark Kannesheuvelpark (Nimrodpark), een onderdeel van het Noordwestelijke Villagebied.

*1 De Catharina van Renneslaan is pas na de oorlog aangelegd.
*2 Muren van slechts één meter dik gewapend beton.

Omschrijving
Plantonhuisje
De entree tot het terrein met de bunker wordt gemarkeerd door het in schone baksteen opgetrokken wachthuisje en de toegangshekken die zijn ontworpen en gebouwd door de genie. De hekken zijn samengesteld uit ijzeren hekwerken, muurwerk en hekpijlers van schone baksteen. Het wachthuisje staat met één bouwlaag onder een met bitumen platen gedekt, uitkragend zadeldak, dat oorspronkelijk twee gelijke dakschilden had. Het huisje is in 1975 uitgebreid aan de achterzijde, waarbij het dakschild over de aanbouw is doorgetrokken. De gevels staan boven een met een rollaag afgedekt trasraam van klinkers en bevatten rechthoekige gevelopeningen. De op de straat gerichte noordgevel bevat een groot, rechts om de hoek gaand, onder een betonnen latei staand venster met een stalen raam met roedenverdeling en een grèstegels samengestelde lekdorpel. Voor het huisje, en ermee verbonden, bevindt zich een gemetselde bloembak dat links om de hoek gaand met een ronding is doorgetrokken voor een deel van de linker kopgevel. De linker kopgevel is rechts voorzien van een ruitvormig venster met stalen kruisraam. De westelijke kopgevel bevat een onder een betonnen latei staande stalen deur met roedenverdeling in het raamlicht en is verbonden met de toegangshekken.
Toegangshekken
De toegangshekken bestaan uit een enkelvoudige gemetselde hekpijler (rechts). Een stel openslaande ijzeren hekken staan tussen deze pijler en een samengestelde linker pijler. De pijlers zijn aan de voor- en de achterzijde voorzien van uitgemetselde velden, een rollaag van staande bakstenen ter afdekking en lantaarns als bekroning. De linker pijler is met een smalle gevelpartij verbonden met de rechter hekpijler van een enkelvoudig ijzeren hek. Dit hek is links verbonden met het portiershuisje.

Bunker en opbouw.
De deels onder het maaiveld staande betonnen bunker vormt de onderbouw van een in ... toegevoegde bovenbouw van schone baksteen.
De L-vormige bunker is aan de straatkant afgedekt met een aarden wal. De entree tot de bunker bevindt zich in de zuidzijde achter de deuren die ook toegang geven tot de bovenbouw. In beide langsgevels is een reeks rechthoekige vensters opgenomen. De 7 vensters in de westgevel en de 6 in de oostgevel staan onder uitkragingen (waterlijsten) en zijn voorzien van diep in de 1.5 meter dikke betonnen muren staande ramen, die afsluitbaar zijn met stalen pantserluiken. Aan de zuidzijde is het rechter deel van de bunker in het zicht gebleven. Daar links van is de entree tot de bunker opgenomen in de bouwdelen die ook toegang geven tot de bovenbouw.
De opbouw bestaat uit meerdere volumes van één bouwlaag bovenop de bunker. Deze bovenbouw is samengesteld uit een L-vormig deel onder zadeldaken (op het zuidelijk deel van de bunker), een deel onder schilddak (op het noordelijke deel van de bunker) en een deel met plat dak daar tussenin.
Links boven het zuidelijke deel van de bunker staat een onder een uitkragend zadeldak met zeeg staand volume met risalerende topgevel, waarin de enige entree tot het complex is opgenomen. Rechts daarvan, boven het zichtbare deel van de bunker is een hier haaks op staand volume geplaatst. Dit bouwdeel staat onder een iets lager, eveneens uitkragend zadeldak dat in de andere kap steekt. Op de samenkomst van beide dakdelen staat een hoge schoorsteen.
De linker gevelpartij aan de zuidzijde van het complex is een puntgevel met uitmetselingen onder de dakvoet van het zadeldak (met slanke schoorsteen en dakkapelletjes met zadeldak) op het zuidelijke deel van de opbouw. De gevel is voorzien van een getoogde entree met openslaande deuren, waarin vierruits deurlichten zijn opgenomen. De recht gesloten vensters daarboven staan tussen strekken en lekdorpels van grèstegels en bevatten glas-in-loodramen met een raamverdeling in diagonalen (ruitmotief). In de geveltop is een onder een rollaag staand venstertje opgenomen. In de linker langsgevel boven de bunker staan 5 openslaande vierruits vensters onder strek. De gemetselde opbouw staat iets in overstand ten opzichte van de bunkermuur en is aan de onderzijde verlevendigd met blokjes metselwerk, die een tandlijst vormen. In de noordelijke geveltop van het onder zadeldak staande deel van de opbouw staat één venster. De op het dak van de bunker en het oosten gerichte langsgevel bevat een reeks van 15, onder strek staande vensters. Het noordelijke deel van de opbouw staat onder een schilddak, dat is gedekt met rode pannen en is voorzien van een flauwe zeeg een slanke schoorsteen en een houten dakkapelletjes met zadeldak in de dakschilden boven de langsgevels. De op de straat gerichte noordelijke kopgevel bevat nog twee onder strek staande vensters. Een hier oorspronkelijk tussenin staand derde venster is dichtgemetseld.
De links boven de oostelijke betonnen bunkermuur staande gevelpartij is een puntgevel, die deel uitmaakt van het dwarsvolume op de bunker. Deze gevel bevat drie tussen strekken en lekdorpels van grèstegels staande met openslaande glas-in-loodramen, eveneens met een diagonale ruitverdeling. In de op het oosten gerichte puntgevel van dit dwarsvolume staan twee onder strek staande vensters met ramen als die in de zuidgevel en een kleine ronde gevelopening. Van de rechts tegen de gevel geplaatste smalle houten "kast" is de functie/inhoud niet bekend. In de op het noorden gerichte langsgevel van het dwarsvolume zijn twee vensters en een deur opgenomen. De deur komt uit op het tussen de opgebouwde volumes liggende platte dak van de bunker. Het platte bunkerdak wordt omheind door een gemetselde borstwering.
Tegen de westelijke langsgevel staat een in 1953 toegevoegde, in 1957 uitgebreide aanbouw onder een met gesmoorde pannen gedekt schilddak. Dit lage volume is in alle zijden voorzien van enkele tussen strekken en lekdorpels van grèstegels staande vensters.

Het inwendige van het bunkercomplex is voor een deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Vrijwel direct achter de voordeuren bevindt zich een betegeld overloopbordes met daaraan de trappen naar de bunker en de bovenbouw. De trap naar de bunkerruimtes is een scheluwetrap. Voor in de bunker bevindt zich een ruimte met diverse deuren, waarachter de stroomvoorzienig, de verwarming en de ventilatiesystemen waren ondergebracht. Naar links is de toegang tot een gang met aan weerszijden vertrekken achter zeven stalen deuren en rechts onder meer een deur naar een kelder in het zuidelijke deel van de bunker. De grotere ruimtes achter in de gang werden oorspronkelijk gebruikt voor het onderbrengen van de telefooncentrale en het telegraafstation. In de kleinere ruimtes waren passieve technische installaties ondergebracht. De gang wordt enigszins verlevendigd door een dun keramisch randje over de lengte van beide wanden. De kelderdeur is een in een geklinknagelde stalen wand staande stalen deur met afgeronde hoeken en een draaimechanisme voor een hermetische afsluiting van de kelder. De scheluwe keldertrap is betegeld, evenals de keldervloer. De betegelde dubbele steektrap met tussenbordes naar de bovenbouw heeft een gesloten trapbalustrade met geprofileerde houten handlijst. In de bovenbouw bevindt zich een lange gang met aan één kant de vensters van de buitenmuur en aan de andere kant de deuren naar de diverse ruimtes.
De kap boven de zuidelijke opbouw heeft een eenvoudige dakconstructie met enkelvoudig hangwerk op de trekbalken.

Waardering
De bunker, alsmede de toegangshekken en het portiershuisje zijn van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische, de ensemblewaarde, de zeldzaamheidswaarde, alsmede vanwege de gaafheid.
Het ensemble heeft historische waarde als een bijzonder overblijfsel van zowel de Tweede Wereldoorlog als van de Wederopbouwperiode en vanwege de aanwezigheid van een bijzonder ingangscomplex. Bunker en opbouw hebben tevens cultuurhistorische waard als een bijzonder onderdeel in de ontwikkeling van verdedigingswerken in de 20e eeuw en van de geschiedenis van Nederland in oorlogstijd in het algemeen en die van Hilversum in het bijzonder.
Het ensemble is van architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteit van de ontwerpen van de samenstellende onderdelen en vanwege de voor de bouwtijd kenmerkende hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering. De bunker met opbouw zijn bovendien van belang vanwege de bijzondere typologie en als een bijzondere schakel in de ontwikkeling van verdedigingswerken in de 20e eeuw.
Het ensemble heeft ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele samenhang van de samenstellende onderdelen en als een bijzonder onderdeel van het Noordwestelijke Villagebied, waarmee het een belangrijke historisch-ruimtelijke relatie heeft.
Het ensemble is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur der samenstellende onderdelen.
Bunker en opbouw hebben zeldzaamheidswaarde, omdat de combinatie van een bunker met een als camouflage dienende opbouw, ook in internationaal opzicht, zeer zeldzaam is.

Klik op een foto
voor een vergroting.




ID: GMH0685